Vlaanderen integraalwaterbeleid.be
Home > Bekkens > Benedenscheldebekken > Nieuwsbrief bekken > Benedenscheldebekken Nieuwsbrief > Nr 4, januari 2013
Abonneer nu
Heeft u interesse in onze nieuwsbrief? Bezorg ons uw e-mailadres.

Nr 4, januari 2013

Nieuwsbrief Benedenscheldebekken


CIW - Integraal Waterbeleid Benedenscheldebekken
Nieuws uit het Benedenscheldebekken
Nr 4, januari 2013
Inhoud
  1. Afscheidswoord van de covoorzitter van het bekkenbestuur
  2. Tweede generatie waterbeheerplannen: we zijn er klaar voor
  3. Toetsing signaalgebieden
  4. Wie is wie in het waterkwantiteitsbeheer in het Benedenscheldebekken
  5. Grote Molenbeek - Vliet: speerpuntgebied in volle actie
  6. Jaarverslag water 2011 - nog een lange weg voor de boeg!
  7. Goed nieuws vanuit het MAP-meetnet
nl
1. Afscheidswoord van de covoorzitter van het bekkenbestuur


A1Binnenkort geef ik de fakkel van provinciegouverneur door aan mijn opvolger. Dit betekent ook dat het bekkenbestuur van het Benedenscheldebekken een nieuwe covoorzitter krijgt. Reeds meer dan 6 jaar geleden had ik de eer om mee de bekkenbesturen te mogen oprichten. Intussen zijn er voor het Vlaamse integraal waterbeleid verschillende stappen voorwaarts gezet. Van heel dichtbij heb ik kunnen zien hoe er met man en macht is gewerkt om de bekkenbeheerplannen vast te stellen. Via de jaarlijkse bekkenvoortgangsrapporten konden we zien wat er op het terrein gerealiseerd wordt. Waar nodig hebben we de vinger aan de pols gehouden. Bij de vaststelling van de stroomgebiedbeheerplannen hebben we geleerd dat er nog een hele weg moet afgelegd worden vooraleer de Vlaamse waterlichamen een goede toestand zullen halen.

Als covoorzitter van het bekkenbestuur van het Benedenscheldebekken heb ik steeds geprobeerd om de betrokken partners op hun verantwoordelijkheden te wijzen en via een constructief debat een meerwaarde op het terrein te betekenen. Ik draag het integraal waterbeleid in Vlaanderen verder een warm hart toe en wens mijn opvolger het allerbeste.


André Denys
Gouverneur van Oost-Vlaanderen
Covoorzitter van het bekkenbestuur van het Benedenscheldebekken

2. Tweede generatie waterbeheerplannen: we zijn er klaar voor


2015, een belangrijke mijlpaal voor de waterbeheerplanning, nadert met rasse schreden. 2015 betekent het halen van de goede watertoestand of motiveren waarom daarvan wordt afgeweken. Het betekent ook het beschikbaar zijn van de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen en de eerste overstromingsrisicobeheerplannen.


Naar een vereenvoudigde planning met meer flexibiliteit

De eerste generatie waterbeheerplannen werd gekenmerkt door een gelaagde structuur met stroomgebiedbeheerplannen, bekkenbeheerplannen en deelbekkenbeheerplannnen. Het resultaat: meer dan 100 plannen en niet samenvallende openbare onderzoeken.

A2In een decreetsaanpassing, die een eerste maal principieel goedgekeurd werd door de Vlaamse Regering op 20 juli 2012, wordt de planning in elkaar geschoven. Hierdoor worden de bekkenbeheerplannen bekkenspecifieke delen bij de stroomgebiedbeheerplannen. In 2009, bij de omzetting van de Europese Overstromingsrichtlijn, koos Vlaanderen er voor om ook de overstromingsrisicobeheerplannen te integreren in de stroomgebiedbeheerplannen. Hiermee gaat Vlaanderen voor duidelijkere processen, minder planlast en een betere afstemming tussen de verschillende niveaus van het watersysteem.


Bekk
enspecifiek deel voor het Benedenscheldebekken in volle voorbereiding

Om de integratie van de plannen te ondersteunen, stelt de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid een draaiboek ter beschikking dat de inbreng vanuit de verschillende niveaus weergeeft. Voldoende overleg en afstemming tussen de verschillende actoren tijdens de opmaak van het stroomgebiedbeheerplan is een absolute noodzaak om het plan te doen slagen. Voor het bekkenspecifieke deel gebeurt dit via de bekkenoverlegstructuren.

Tegen mei 2013 wordt de aanzet van bekkenspecifieke visie en een voorstel van acties voorgelegd aan het bekkenbestuur van het Benedenscheldebekken. De actielijst wordt daarna aan een prioritering en een budgetcontrole door de initiatiefnemers onderworpen. Ook de lokale besturen zullen hun acties integreren in het plan. Het volledige stroomgebiedbeheerplan gaat in de tweede helft van 2014 in openbaar onderzoek.


Tweede stroomgebiedbeheerplannen: uw mening telt!

In de aanloop naar de tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen is er van 19 december 2012 tot en met 18 juni 2013 een openbaar onderzoek over het voorontwerp van de tweede waterbeleidsnota en over het werkprogramma en tijdschema voor de opmaak van de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen.

De documenten liggen tot 18 juni 2013 in de gemeentehuizen en kunnen geraadpleegd worden via www.volvanwater.be. U vindt er ook praktische informatie en verneemt er hoe u opmerkingen kunt indienen. Ook de bekkenstructuren formuleren een advies bij deze documenten.

3. Toetsing signaalgebieden


Verder op de ingeslagen weg!

In 2011 startte het bekkenbestuur van het Benedenscheldebekken met de toetsing van signaalgebieden. Signaalgebieden zijn nog niet ontwikkelde gebieden die in harde gewestplanbestemmingen (bvb woongebied, industriegebied,…) liggen en belangrijk zijn voor het watersysteem. Intussen heeft het bekkenbestuur 9 signaalgebieden bekrachtigd. Deze zijn raadpleegbaar op de website.

In 2012 zijn in deze oefening belangrijke vervolgstappen gezet. De deputatie van de provincie Antwerpen besliste om een werkgroep “Ruimte voor Water” op te richten om enkele signaalgebieden verder door te lichten. Er zijn 3 subwerkgroepen actief:

  • het Schoon Schijn – Zwartebeek (Kapellen – Antwerpen)
  • Laarse Beek – Rietbeemden (Brasschaat – Schoten)
  • Kapelleveld II (Wommelgem).

Doelstelling van deze subwerkgroepen is om per gebied de mogelijke ontwikkelingen te bekijken en afspraken te maken tussen de verschillende betrokken overheden (Vlaamse overheid, provincie en gemeentebesturen) over nuttige herbestemmingen.


Korte termijn actie Groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen

Ook op het Vlaamse beleidsmatige niveau wordt verdere opvolging gegeven aan de toetsing van signaalgebieden. Om het vaststellen van signaalgebieden te intensifiëren en er vervolgens ook effectieve gevolgen aan te koppelen, heeft de Vlaamse Regering bij de goedkeuring van het Groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen een korte termijn actie in dit kader goedgekeurd.

Het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening zal binnen de CIW-structuren tegen midden 2013 voorstellen voor deze korte termijn actie uitwerken. Hiermee wordt ook rekening gehouden met de bezorgdheid van de voorzitters van de bekkenbesturen om acties te ondernemen die ervoor zorgen dat de toetsing van de signaalgebieden door de bekkenoverlegstructuren effectief leidt tot een implementatie in een planproces.

4. Wie is wie in het waterkwantiteitsbeheer in het Benedenscheldebekken


Uit de evaluatie van de aanpak van de wateroverlast van eind 2010 bleek dat er nood is aan een overzicht van betrokken instanties en contactpersonen om het crisisoverleg in geval van wateroverlast nog beter en efficiënter te kunnen organiseren. Covoorzitter van het bekkenbestuur, gouverneur Denys, gaf dan ook de opdracht om dergelijk overzicht samen te stellen.

Het document Wie is wie in het waterkwantiteitsbeheer in het Benedenscheldebekken, bevat contactgegevens van de diverse waterbeheerders en andere betrokken instanties. Ook informatie over de wachtbekkens en over de kritieke waterbeheersingsinfrastructuur en kunstwerken is opgenomen. De bijhorende kaart maakt in één oogopslag duidelijk welke instantie waar bevoegd is.

Het overzicht zal regelmatig geactualiseerd worden. Het document werd aan de provinciale permanentiediensten en aan de gemeenten en waterbeheerders binnen het Benedenscheldebekken bezorgd en is raadpleegbaar op de website www.benedenscheldebekken.be onder de snelknop documenten voor leden (login vereist).

5. Grote Molenbeek - Vliet: speerpuntgebied in volle actie


Aanpak wateroverlast: alle hens aan dek

A5
De voorbije jaren is de kwetsbaarheid van de Molenbeken in Merchtem, Londerzeel en Puurs meerdere malen duidelijk geworden. De kritieke overstromingen van november 2010 en januari 2011, en recent ook de hoogwaterperiode rond kerst 2012 toonden eens te meer de ernst van het probleem.
Uit een hydraulische en hydrologische studie bleek dat actie van alle waterbeheerders nodig is:

  • De overstromingsgebieden Robbroek en Moorhoek in Merchtem en Londerzeel worden verder uitgewerkt door de Vlaamse Milieumaatschappij. 
  • Andere maatregelen zijn noodzakelijk op de bovenlopen. Hier gaat de provincie Vlaams-Brabant aan de slag. Er zijn overstromingsgebieden nodig langs de Grote Molenbeek in Asse en Merchtem. Hier volstaat het eerder gebouwde wachtbekken Bollebeek, stroomopwaarts van Merchtem, niet. 
  • Ook de gecontroleerde overstromingsgebieden Trappenhoeve en Smidsestraat blijken noodzakelijk. 
  • Tot slot worden ook langs de Stambeek en Puttenbeek in Opwijk en langs de Kleine Molenbeek in Meise en Londerzeel overstromingsgebieden aangelegd.

Om het nuttig effect van deze overstromingsgebieden zo groot mogelijk te maken, worden ze maximaal uitgerust met automatische peilmeters en een gecentraliseerde sturing.

Aangepaste teelttechnieken en kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen moeten het afstromen van water en modder van de onverharde oppervlakten verminderen. Hiervoor werken de provinciale erosiecoördinatoren nauw samen met de betrokken erosiegevoelige gemeenten.


Ook de waterkwaliteit wordt aangepakt

Voor de Grote Molenbeek-Vliet, die werd aangeduid als speerpuntgebied, is een aanzienlijke kwaliteitsverbetering tegen 2015 vooropgesteld. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat de aangelegde overstromingsgebieden sterk vervuild water ontvangen.

Op dit ogenblik komt nog ongezuiverd afvalwater in de Grote Molenbeek en haar zijbeken. Voor de uitbouw van de waterzuiveringsinfrastructuur is een inhaaloperatie bezig in het bovenstroomse gedeelte van de Grote Molenbeek en haar zijbeken. Dit is in de gemeenten Asse, Merchtem, Opwijk, Londerzeel en Meise.

De eerste resultaten van deze inspanningen blijken uit de jaarrapporten waterkwaliteit van de VMM. Zowel de Stambeek als de Grote Molenbeek-Vliet zijn uit een diep dal geklommen. De resultaten wijzen op een ‘matig verontreinigde’ toestand (voorheen ‘verontreinigd’ tot ‘zwaar verontreinigd’). Enkel in de meest stroomopwaartse meetplaats in Asse blijft de zuurstofhuishouding duiden op een verontreinigde toestand.

Ter hoogte van Londerzeel en Merchtem is de biologische kwaliteit (op basis van de macro-invertebraten) duidelijk verbeterd van ‘zeer slecht’ naar ‘matig’. In het eindpunt in Puurs blijft de biologische kwaliteit matig.

Meer gedetailleerde info over de maatregelen in het speerpuntgebied van de Grote Molenbeek-Vliet vindt u in de brochure waterbouwwerken in uw buurt.

6. Jaarverslag water 2011 - nog een lange weg voor de boeg


Op 8 november presenteerde VMM de meetresultaten oppervlaktewater 2011. Globaal is de kwaliteit van onze waterlopen merkelijk verbeterd tegenover tien jaar geleden. Een betere waterkwaliteit zorgt tegelijk echter ook voor een grotere gevoeligheid voor incidentele lozingen in het water. Onze Vlaamse waterlopen zijn met andere woorden schoner maar kwetsbaarder geworden.

Dit geldt ook voor de koningin van het Benedenscheldebekken: de Beneden-Zeeschelde. In 2011 verbeterde de zuurstofhuishouding op nagenoeg alle bemonsterde meetplaatsen van de Beneden-Zeeschelde: 

  • Op het traject tussen Melle en Dendermonde werd op 3 locaties voor de eerste maal een aanvaardbare zuurstofhuishouding opgetekend.
  • Ook in Beveren en in Lillo werd een aanvaardbare zuurstofhuishouding genoteerd.
  • Daar waar de toestand nog op ‘matig verontreinigd’ duidt, onder andere in Zele en Berlare, is de grens naar een aanvaardbare toestand bijna bereikt. 
  • Ook ter hoogte van de grensovergang met Nederland in Zandvliet zet de verbetering zich verder. De zuurstofhuishouding is er de beste sinds de aanvang van de metingen. In 2011 wordt voor de eerste maal een niet verontreinigde zuurstofhuishouding vastgesteld. 
  • Tussen Sint-Amands en Antwerpen, dit is afwaarts de Rupel, verbetert de zuurstofhuishouding licht, maar blijft de zuurstofhuishouding ‘matig verontreinigd’.

Voor de biologische waterkwaliteit scoorde de Schelde (op basis van de macro-invertebraten) matig in Destelbergen en Berlare, slecht in Dendermonde en zeer slecht in Antwerpen.

Ondanks de gerealiseerde verbeteringen is de weg naar een goede watertoestand in het Benedenscheldebekken nog lang. Op heden voldoet nog geen enkele meetplaats aan de doelstellingen van de kaderrichtlijn Water.

Gedetailleerde informatie en de meetresultaten vindt u op de website van de Vlaamse Milieumaatschappij.

7. Goed nieuws vanuit het MAP-meetnet


A7In 1999 werd het MAP-meetnet door de VMM opgestart voor de opvolging van nitraat vanuit de landbouw. Het toetsingscriterium voor het MAP-meetnet is de norm van 50 mg nitraat per liter uit de Nitraatrichtlijn en het Mestdecreet. Het percentage MAP-meetplaatsen waar de nitraatconcentratie in oppervlaktewater minstens eenmaal de drempel overschreed daalde de afgelopen ‘winterjaren’ (periode van juli van een bepaald jaar tot juni van het volgend jaar).

Vanaf het winterjaar 2007-2008 stellen we een opvallende trendbreuk vast voor het aantal MAP-overschrijdingen binnen het Benedenscheldebekken. Voor het winterjaar 2011-2012 wordt in het Benedenscheldebekken voor het eerst sinds de opstart van de metingen voldaan aan de doelstelling van MAP4 voor 2014: minder dan 16% van de meetplaatsen vertoont een normoverschrijding. De probleemgebieden situeren zich in de gemeenten Wommelgem (veel glastuinbouw), Malle, Asse en Grimbergen.

De resultaten van het MAP-meetnet zijn te raadplegen via www.vmm.be.

CIW - Integraal Waterbeleid Benedenscheldebekken Bekkensecretariaat Benedenscheldebekken
p/a Waterwegen en Zeekanaal NV
Anna Bijns-gebouw
Lange Kievitstraat 111-113 bus 44
2018 Antwerpen
Tel. 03 224 67 09
benedenschelde-sec@wenz.be
» www.benedenscheldebekken.be inschrijven - uitschrijven
Integraalwaterbeleid.be is een officiële website van de Vlaamse overheid