Vlaanderen integraalwaterbeleid.be
Home > Bekkens > Dijle- en Zennebekken > Nieuwsbrief bekken > Dijle- en Zennebekken Nieuwsbrief > Nr. 10, februari 2015
Abonneer nu
Heeft u interesse in onze nieuwsbrief? Bezorg ons uw e-mailadres.

Nr. 10, februari 2015

Nieuwsbrief Dijle- en Zennebekken


CIW - Integraal Waterbeleid Dijle- en Zennebekken
Nieuws uit het Dijle- en Zennebekken
Nr. 10, februari 2015
Inhoud
  1. Openbaar onderzoek stroomgebiedbeheerplan voor de Schelde afgesloten
  2. De Voer te Leuven in een open bedding
  3. Dorent: In Vilvoorde en Zemst wordt unieke natuur gecreëerd
  4. Natuurinrichting Dijlevallei, tweede fase terreinwerken van start
  5. Erosiebestrijdingsproject Provincie Vlaams-Brabant
  6. Faunatrappen redden dieren van verdrinkingsdood
  7. Exoten voortaan op Europees niveau bestrijden
  8. In de kijker
De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) is een overlegplatform van de diverse beleidsdomeinen en bestuursniveaus die bij het waterbeleid betrokken zijn. Ook waterbedrijven nemen deel aan het overleg. Deze samenwerking zorgt voor een gecoördineerde en geïntegreerde aanpak van het waterbeleid en waterbeheer in Vlaanderen.
1. Openbaar onderzoek stroomgebiedbeheerplan voor de Schelde afgesloten


Op 8 januari 2015 werd het openbaar onderzoek van het stroomgebiedbeheerplan voor de Schelde 2016-2021 afgesloten. In de komende weken en maanden worden de opmerkingen verwerkt. Voor het bekkenspecifieke deel gebeurt dit door de bekkenstructuren. Het definitieve ontwerp van het bekkenspecifieke deel voor het Dijle- en Zennebekken wordt daarna, samen met de andere planonderdelen van de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas 2016-2021, voorgelegd aan de CIW en vervolgens overgemaakt aan de Vlaamse Regering voor definitieve vaststelling ten laatste op 22 december 2015.

Meer informatie over de voorbereiding van de stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021 vindt u op www.integraalwaterbeleid.be.

2. De Voer te Leuven in een open bedding

A2
Door de heraanleg van de Kapucijnenvoer stroomt de Voer over enkele honderden meters opnieuw in een open bedding. Voordien liep de Voer ondergronds langs het sportcentrum in de Artur De Greefstraat om terug op te duiken aan de Valkerijgang, aan de andere kant van Leuven langs de Vaartkom. Met de nieuwe Kapucijnenvoer is het uitzicht er volledig anders. Zo is er een nieuwe wandelroute langs de kant van het slachthuis en is er een brede brug en een parkje voorzien. Voor het project werkten de Vlaamse Milieumaatschappij, stad Leuven en Aquafin samen.

Intussen loopt er ook een studie over het herinrichten van het uiteinde van de Kapucijnenvoer: het kruispunt met de ring, het viaduct en de omgeving met de Bodart parking. De Vlaamse Milieumaatschappij bekijkt samen met het Agentschap Wegen en Verkeer en de stad Leuven of er bij deze herinrichting voor geopteerd kan worden om de Voer verder open te leggen.

 

3.

Dorent: In Vilvoorde en Zemst wordt unieke natuur gecreëerd


In Vilvoorde en Zemst wordt het gebied Dorent omgevormd tot een weelderig wetland met vochtige, bloemrijke hooilanden. De werken worden uitgevoerd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in het kader van het Sigmaplan, een plan om Vlaanderen beter te beschermen tegen overstromingen vanuit de Schelde en haar zijrivieren, en tegelijk de waardevolle natuur langs die rivieren in ere te herstellen. In Dorent primeert natuurontwikkeling.


A3Ideale habitat voor planten en dieren

Dorent ligt langs de gekanaliseerde Zenne. Her en der slingeren de afgesneden meanders en grachten nog door het gebied. Op bepaalde plaatsen is de ondergrondse waterdruk hoog en komt het grondwater in kwelzones aan de oppervlakte. De zeldzame grote pimpernel werd hier en daar al gespot en ook de zeldzame kamsalamander is er een graag geziene bewoner.

In Dorent gaat de aandacht volledig naar natuurontwikkeling. Extra beveiliging tegen overstromingen is hier niet nodig. Herstel van de unieke riviernatuur en voldoen aan de Europese natuurdoelen staan voorop. Dat gebeurt in overleg met de landbouwers, waardoor de negatieve impact van het project op de landbouw beperkt blijft.


Verloop van de werken

In 2014 werd het inrichtingsplan voor het gebied afgewerkt en via proefboringen werd onderzocht waar de nutriëntrijke toplaag, die schadelijk is voor de grote pimpernel, best verwijderd wordt. In 2015 staan bijkomende boringen en het technisch verslag voor het grondverzet op de agenda. Er wordt ook een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd om te vermijden dat graafwerken archeologisch patrimonium schaden.

Op 1 januari 2016 zal het eigenlijke omvormingsbeheer van start gaan. Landbouwers die in het gebied actief willen blijven, zullen vanaf dan de graslanden op een natuurgerichte manier beheren. Hooien gebeurt dan zonder mestgift zodat de nutriëntenconcentraties in de bodem geleidelijk afnemen. Dit is nodig voor de ontwikkeling van soortenrijke botanische graslanden.

Meer info over het Sigmaplan en Dorent leest u op www.sigmaplan.be.

4. Natuurinrichting Dijlevallei, tweede fase terreinwerken van start


Het natuurinrichtingsproject 'Dijlevallei' op het grondgebied van de gemeenten Leuven, Bertem, Huldenberg en Oud-Heverlee start dit jaar met de tweede uitvoeringsfase. De vernatting van de komgrond van de Vijvers van oud-Heverlee staat centraal. De kavelruil die hiervoor nodig is, werd eind vorige jaar afgerond. Deze zomer starten de werken.

De Dijlevallei is belangrijk door de aanwezigheid van een goed gedifferentieerd stelsel van komgronden en oeverwallen. Er is een grote variatie aan vegetaties en er zijn kwelgemeenschappen en verschillende grote vijvers. De Dijlevallei speelt een belangrijke rol voor de vogeltrek en graslanden.  Vooral in het reservaat 'De Doode Bemde', zijn de graslanden erg goed ontwikkeld. Ze behoren tot de meest interessante van het gewest.

 

Europese natuurdoelen in de natte sfeer prioritair

In een tweede fase van het natuurinrichtingsproject voor de Dijlevallei wordt een vernatting van de komgronden van het gebied ‘de Vijvers’ in Oud Heverlee beoogd. Broekbossen, rietland, vijvers, natte graslanden en moerasvogels zijn de natuurdoelen. Daarvoor is het nodig om het grondwaterpeil op te stuwen waardoor de laagste delen van de vallei nat en onbruikbaar worden.

 

A4Op 6 oktober 2014 werd de kavelruil en de vergoedingen die hierbij horen, afgerond. Enkele eigenaars en gebruikers verliezen grond in de vernatte zones en krijgen een financiële compensatie of een ander stuk grond in de plaats. De vernatte gronden gaan hoofdzakelijk naar Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Bijna 3 ha ten zuiden van de Stationsstraat wordt toegevoegd aan het reservaat de Doode Bemde.

 

Naast ingrepen in de waterhuishouding zullen tal van inrichtingsmaatregelen de natuurontwikkeling ten goede komen. In de Doode Bemde wordt rietmoeras hersteld tussen de Reigerstraat en de Molenbeek. Bij de vijvers van Oud-Heverlee worden o.a. dijken hersteld, de Leibeek geruimd, een uitkijktoren en een vogelkijkhut geplaatst. De werken starten in de zomer van 2015.

Meer informatie over dit project leest u op de website van de Vlaamse Landmaatschappij.

5. Erosiebestrijdingsproject Provincie Vlaams-Brabant


In het grensgebied tussen de gemeenten Sint-Genesius-Rode, Beersel en Linkebeek komt meermaals per jaar water- en modderoverlast voor. De drie gemeenten stapten naar de provinciale erosiecoördinator. Na overleg, uitwerking van de kostenverdeling en sensibiliseren van landbouwers en eigenaars werden verschillende maatregelen op het terrein uitgevoerd die de problematiek adequaat aanpakten.

A5Drie nieuwe opvangzones (of ‘erosiepoelen’) die samen een opvangcapaciteit hebben van 3.500 m3 beschermen nu de lager gelegen woonwijk tegen modder- en wateroverlast. Via grasstroken en geleidende aarden dammen komt het afstromende water in de erosiepoelen terecht. Daar kunnen de meegevoerde bodemdeeltjes bezinken. Het opgevangen water komt via een “knijp” vertraagd in de hemelwaterriolering terecht.

Hogerop werden grasstroken aangelegd die de kracht van het afstromend water breken en een deel van het meegevoerde sediment opvangen. Landbouwers passen er nu ook teelttechnische maatregelen toe, zoals het inzaaien van groenbedekkers en het niet-kerend bewerken van de bodem. Deze technieken verlagen de erosiegevoeligheid van de bodem.

Het project is een voorbeeldproject voor andere landbouwers en gemeenten in de regio en toont aan dat een geïntegreerde werkwijze loont om op relatief korte termijn erosieproblemen aan te pakken.

6. Faunatrappen redden dieren van verdrinkingsdood


Waterwegen en Zeekanaal NV (W&Z) plaatste een tiental faunatrappen langs de oevers van het zeekanaal Brussel-Schelde in Grimbergen. De constructies moeten vermijden dat dieren uit de nabijgelegen natuurgebieden die in het kanaal komen, verdrinken.

Opwaarts de sluis van Zemst in Humbeek (Grimbergen) wordt het zeekanaal Brussel-Schelde omgeven door waardevolle natuur. Het vroegere zandwinningsgebied Bos van Aa en het Gravenbos op de oevers van het kanaal herbergen een rijke fauna, met soorten als bunzing, haas, steenmarter, vos en ree. Versnippering van het landschap en niet-natuurlijke elementen, zoals betonnen kanaaloevers, bemoeilijken echter de verspreiding van deze soorten. De voorbije jaren kwamen verschillende dieren, vooral reeën, in het water terecht. Veel van hen konden worden gered door de hulpdiensten, maar voor sommigen kwam alle hulp te laat.

A6 De afdeling Zeekanaal van W&Z plaatste een tiental faunatrappen die het de dieren gemakkelijker moet maken om terug uit het water te geraken. De speciale trapconstructies werden gebouwd door de cel Regie en Beheer van de afdeling Zeekanaal in nauwe samenspraak met het Agentschap voor Natuur en Bos en het departement Leefmilieu, Natuur en Energie. Op 9 juli werd de eerste faunatrap geplaatst in de buurt van de Lourdesgrot in Humbeek. Tegen eind 2014 werden ook de overige exemplaren gemonteerd in het kanaalgedeelte tussen de brug van Humbeek en de sluis van Zemst.

Meer informatie vindt u op de website van W&Z.

7. Exoten voortaan op Europees niveau bestrijden


De Europese Unie grijpt in om de verdere verspreiding van woekerende exoten een halt toe te roepen. Internationale afspraken en samenwerking zijn dan ook essentieel voor een succesvol exotenbeleid. De open grenzen binnen de Europese Unie maakt het immers onmogelijk om onze grenzen voor exoten te sluiten.

De Europese Verordening 1143/2014, (4/11/2014) legt het plan van aanpak voor het bestrijden van exoten vast. De verordening is van toepassing op invasieve uitheemse soorten: planten en dieren, maar ook schimmels en micro-organismen, die geïntroduceerd werden buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied en die bedreigend of nadelig zijn voor de biodiversiteit en aanverwante ecosysteemdiensten, zoals de land- of bosbouw. De introductie en verspreiding van deze soorten op Europees niveau zal aangepakt worden via preventie, vergunning, routeplannen, surveillance, beheer, uitroeiing en herstel.
 

Grensoverschrijdende aanpak

Ook waterlopen kennen geen grenzen en zijn voor vele exoten een ideale route waarlangs ze zich snel en massaal kunnen verspreiden. Een gebiedsdekkende én grensoverschrijdende aanpak is dan ook noodzakelijk om exoten effectief te bedwingen. Zo werkt Vlaanderen al vele jaren samen met zuidelijk Nederland aan de bestrijding van 4 invasieve soorten in het kader van een Europees Interreg-project. Het gaat om de bestrijding van de grote waternavel, Amerikaanse vogelkers, de stierkikker en zomerganzen (en eigenlijk ook om parelvederkruid en waterteunisbloem).

 
In het Dijle- en Zennebekken liggen verschillende waterlopen die de gewestgrenzen overschrijden (o.a. de Zenne, Dijle en Laan).

A7

Grote waternavel in de Dijlevallei

De Vlaamse Milieumaatschappij heeft recent de Grande Marbaise, een zijloop van de Dijle die gedeeltelijk door Wallonië en Vlaanderen loopt, vrijgemaakt van grote waternavel. Deze invasieve moerasplant, die van nature voorkomt in Noord en Zuid-Amerika, deed in een hoog tempo de volledige watergang dichtgroeien en bedreigde ook andere ecologisch waardevolle waterlopen in het gebied.

In de zomer van 2015 zal ook in Wallonië met een ruiming gestart worden. Nadien wordt de waterloop aan beide kanten van de taalgrens intensief opgevolgd om nieuwe infectiebronnen te bestrijden. 

 

 

8. In de kijker


A8aErosiebestrijdingsmaatregelen verstrengd

Op 7 februari 2014 wijzigde de Vlaamse Regering het besluit betreffende de erosiebestrijding. Hierdoor worden de verplichte erosiebestrijdingsmaatregelen in de periode 2014-2018 stapsgewijs verstrengd. De oppervlakte waarvoor verplichtingen gelden, stijgt van circa 10.000 ha naar 50.000 ha.

Welke zaken wijzigen leest u op www.vlaanderen.be.


 

Zonder is gezonder. Zet pesticiden buitenspel

Sinds 1 januari 2015 verstrengen de regels voor het gebruik van pesticiden. Gemeenten maar ook zorginstellingen, scholen, kinderdagverblijven, sportclubs… mogen geen pesticiden meer gebruiken. Ook burgers mogen vanaf dan hun trottoir niet meer met pesticiden behandelen. De Vlaamse Milieumaatschappij lanceert daarom een nieuwe campagnegolf van ‘Zonder is gezonder’. Met gepersonaliseerd campagnemateriaal kan elke gemeente, sportclub, school of organisatie zijn voorbeeldrol in de verf zetten. Alle info en campagnemateriaal zijn te vinden op www.zonderisgezonder.be.

A8b
CIW - Integraal Waterbeleid Dijle- en Zennebekken Bekkensecretariaat Dijle-Zennebekken
p/a Vlaamse Milieumaatschappij
Vlaams Administratief Centrum
Diestsepoort 6, bus 73
3000 Leuven
Tel. 016 21 12 34
secretariaat_dijlezenne@vmm.be
» www.dijlezennebekken.be inschrijven - uitschrijven

Integraalwaterbeleid.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) is een overlegplatform van de diverse beleidsdomeinen en bestuursniveaus die bij het waterbeleid betrokken zijn. Ook waterbedrijven nemen deel aan het overleg. Deze samenwerking zorgt voor een gecoördineerde en geïntegreerde aanpak van het waterbeleid en waterbeheer in Vlaanderen.