Het Leiebekken
De Grensleie
De Leie of Lys ontspringt in de heuvels van ‘les Collines de l’Artois‘ meer bepaald in het Franse stadje Lisbourg op een hoogte van ongeveer 116 m. Na een tocht van 85 km vormt ze over een afstand van ongeveer 24km de Franse-Belgische grens. Ter hoogte van Menen verlaat de rivier het Vlaamse grondgebied om over een afstand van 14 km doorheen Wallonië te stromen en hierna terug te vloeien naar Vlaanderen.
Kanalen vormen de nerven van het Leiebekken
De Leie heeft een belangrijke transportfunctie, die men in de toekomst nog verder wil uitbreiden. De gekanaliseerde Leie is vanaf Frankrijk tot in Deinze rechtgetrokken voor scheepvaart. Zo worden de regio’s Le Havre, Rouen en Parijs (of de Seinedelta) verbonden met de Schelde- en de Rijndelta. Langs de Leie liggen tal van oude Leiemeanders die nu meestal geisoleerd zijn van of deels verbonden zijn met de rechtgetrokken Leie.
Het kanaal Roeselare-Leie is een belangrijke drager van watergebonden industrie. De kanaalzone vormt één sterk verstedelijkte band van aan de Leie tot in het hart van Roeselare, met woonlinten en bedrijven langs het kanaal. Het kanaalwater is een belangrijke waterbron voor de watergebonden bedrijven. Het kanaal heeft ook een belangrijke recreatieve functie.
Via het kanaal Bossuit-Kortrijk is er vanuit het Bovenscheldebekken een beperkte instroom naar het Leiebekken. Deze instroom is overgepompt Scheldewater dat vooral voor de drinkwaterwinning in Stasegem gebruikt wordt.
De afvoer van het water uit het Leiebekken gebeurt vooral (85 %) via het Afleidingskanaal van de Leie (Schipdonkkanaal) en in mindere mate via de Toeristische Leie naar de Ringvaart in Gent (15 %). Het water van de Gentse Ringvaart kan langs vier wegen naar zee afgevoerd worden: via de Schelde naar Antwerpen, via het Kanaal Gent-Brugge naar Oostende, via het Afleidingskanaal van de Leie naar Knokke-Heist en via de sluis in Evergem naar de Westerschelde in Terneuzen.
Drie grote stroomgebieden centraal in het bekken
Het centrale deel van het Leiebekken bestaat grotendeels uit de deelstroomgebieden van de Mandel, de Gaverbeek en de Heulebeek.
De Mandel-Leievallei is sterk door de mens veranderd en is over grote stukken ingekokerd of overwelfd voor stadsontwikkeling, o.a. in Roeselare en Izegem. Bij de aanleg van het kanaal Roeselare-Leie zijn grote delen van de vallei opgehoogd en werd de Mandel rechtgetrokken. Her en der zijn er nog relicten van het oorspronkelijke valleilandschap. Zo is de vallei nog herkenbaar vanaf de bron van de Mandel in Passendale tot aan Roeselare, en vanaf Ingelmunster tot aan de monding in de Leie.
De Gaverbeek heeft twee stroomrichtingen. Vroeger stroomde de Gaverbeek van de Zandberg in Harelbeke via De Gavers en Deerlijk naar Waregem om daar in de Leie uit te monden. Sinds de werken in de jaren '60 voor een betere ontwatering van het gebied, stroomt de Gaverbeek ten westen van de afrit Deerlijk van de E17 naar de Leie in Harelbeke. Dat gebeurt over een groot traject overwelfd. Ten oosten van de afrit watert de Gaverbeek nog steeds af naar de Leie in Waregem en mondt uit in een Leiemeander stroomafwaarts van de stuw in Sint-Eloois-Vijve.
De Heulebeek ontspringt tussen Zonnebeke en Passendale, op de zuidoostelijke flank van de West-Vlaamse heuvelrug in landelijk gebied met intensieve landbouw. Meer afwaarts stroomt de Heulebeek door de dorpskernen en industriezones van Dadizele, Ledegem, Moorsele, Gullegem, Heule, om in Kuurne in de Leie uit te monden.



