Vlaanderen integraalwaterbeleid.be

Kenmerken van het Benedenscheldebekken

Fysische en ruimtelijke kenmerken zoals het reliëf, de bodem(erosie), het bodemgebruik en de aanwezigheid van watergebonden natuur zijn bepalend voor (het beheer van) de watersystemen van het Benedenscheldebekken.

ReliëfBenedenscheldebekken kaart reliëf

picto geopuntHet Benedenscheldebekken ligt voor het grootste deel in het vlakke deel van Laag-België en heeft een reliëf dat naar het noorden toe afvlakt. Het zuidelijk deel behoort tot heuvelachtig Midden-België. De afname in hoogte in noordelijke richting wordt onderbroken door de Boomse en de Wase cuesta, die oost-west gericht zijn.

Tussen het Midden-Vlaams glooiend Zandleemgebied en de Boomse cuesta ligt de lager gelegen Vlaamse vallei. Centraal ingebed in deze Vlaamse vallei, ligt het brede valleigebied van de Zeeschelde met de vertakkingen van Durme en Rupel. Tot aan de monding van de Durme ligt de vallei van de Zeeschelde op de (zuidelijke) grens van de Vlaamse Zandstreek met de Zandleemstreek. Ten noorden gaat het valleigebied geleidelijk  +over in het vlakke zandgebied. Stroomafwaarts van Antwerpen doorkruist de Zeeschelde een poldergebied met zeer geringe niveauverschillen. De top van het cuestafront van de Noorderkempen vormt de waterscheidingslijn tussen het Benedenschelde- en het Maasbekken.

Een aanzienlijk deel van het bekken ligt lager dan de hoogwaterlijn en kan enkel bij laag water gravitair (met de zwaartekracht) afwateren. Vaak zijn pompgemalen nodig. De afwateringskarakteristieken van dergelijke polders zijn uiteraard sterk verschillend van die van de vrij afwaterende gebieden.

  

BodemBenedenscheldebekken kaart bodem

'Zand- en antropogene bodems'

picto geopuntZandbodems komen het vaakst voor in het bekken (23%), voornamelijk in de Vlaamse Vallei en de Kempen. Ook antropogene bodems hebben een groot oppervlakteaandeel (22%).  We vinden ze vooral in de omgeving van Antwerpen en in de woonkernen. Leembodems komen in het Beneden-scheldebekken enkel voor in het uiterste zuiden (5,6%). Zandleembodems (14,3%) zijn vooral terug te vinden in het zuiden en in de Wase Cuesta. Lemige zandbodems (13,2%) komen verspreid voor. Lichte zandleembodems (11,7%) zijn terug te vinden in de Wase Cuesta en de Zuiderkempen. Verder komen nog kleibodems (5,1%) en zware kleibodems (4,8%) voor, en dit voornamelijk langs de Zeeschelde, de Rupel, de Durme en in de polders.

De textuurklasse van de bodem geeft een richtwaarde voor het vochtophoudend vermogen en de doorlatendheid van de bodem, wat een invloed heeft op de infiltratiecapaciteit en erosiegevoeligheid.

  

BodemgebruikBenedenscheldebekken kaart bodemgebruik

picto geopuntHet Benedenscheldebekken kent een hoge verstedelijkingsgraad, en daarmee gepaard een hoge graad van verharding: 15% van de oppervlakte is bestemd voor wonen, 20% voor industriële activiteiten (inclusief weg-infrastructuur). Vooral het noordoostelijk deel van het Benedenscheldebekken, aan de rechteroever van de Zeeschelde, valt op door het hoge percentage bebouwing of verharding. Het meest opvallend hierin is de stad Antwerpen met haar wijde agglomeratie en het havengebied. Daarnaast ligt het oosten van de Gentse stadskern binnen het Beneden-scheldebekken en komen woonkernen verspreid voor.

De sterke toename van verharde oppervlakte vermindert de infiltratiecapaciteit en zorgt voor een versnelde afvoer van het water.

Landbouw (20%) en grasland (16%) vinden we verspreid over het bekken terug. Grasland is verder kenmerkend voor de meeste valleigebieden.

Naast akkerbouw en weiland wordt de open ruimte ook voor een belangrijk deel ingenomen door bos. Het bodemgebruik beïnvloedt het watersysteem zowel kwantitatief (neerslagoverschot, voeding van de diepere watervoerende pakketten, verdamping), als kwalitatief (productie van huishoudelijk en industrieel afwater, uitspoeling van meststoffen en pesticiden,…)

  

Watergebonden natuur-ecologieBenedenscheldebekken kaart natuur

picto geopuntIn de Zeeschelde vermengen zout zeewater en zoet rivierwater zich. Dit zorgt voor een uniek overgangsgebied tussen rivier en zee. Het zoete water gaat stroomafwaarts geleidelijk over in brak water en verder in Nederland wordt het water zout. Het zoutgehalte schommelt voortdurend, afhankelijk van het getij en de bovendebieten.

'Slikken en schorren als deel van de levensader'

De overgang van zout naar zoet, samen met het gelijkmatige ritme van eb en vloed, doet een grote variatie aan getijdennatuur ontstaan. Slikken en schorren zuiveren het rivierwater en herstellen het evenwicht in de voedselketen via enkele belangrijke biochemische processen: in de ondiepe intergetijdengebieden wordt het water verrijkt met zuurstof en worden stikstof en fosfor uit het water weggefilterd. Ook stellen de schorren biologisch opneembaar silicium vrij, dat vrijkomt bij het afsterven van planten. Een gezonde balans tussen stikstof en fosfor enerzijds en silicium anderzijds is een essentiële voorwaarde voor een gezond rivierecosysteem. Wanneer er in verhouding veel stikstof en fosfor is en weinig silicium gaan groenwieren domineren. In extreme gevallen kunnen giftige blauwalgen woekeren.

Wanneer er voldoende silicium aanwezig is en er geen overdaad is aan stikstof en fosfor krijgen kiezelwieren, ook diatomeeën genoemd, de overhand. Deze kiezelwieren staan aan de basis van de voedselpiramide. De hogere trofische niveaus  (zoals vissen, visetende vogels, zeehonden) zijn onrechtstreeks afhankelijk van een gezonde nutriëntenbalans met voldoende silicium.

Omdat de slikken en schorren een regulerende functie hebben op het vlak van stikstof, fosfor en silicium zijn voldoende grote oppervlaktes intergetijdengebied noodzakelijk om het ecosysteem van de Schelde in een gezonde toestand te brengen. Het Sigmaplan voorziet 2000 ha bijkomende slik- en schoroppervlakte. Berekeningen indiceren dat dit volstaat om het rivierecosysteem in een goede toestand te brengen.

Het zoutgehalte bepaalt in belangrijke mate de plantenbegroeiing op de schorren. Stroomafwaarts in de brakke zone vinden we zouttolerante planten op de schorren. Stroomopwaarts ligt een uitgestrekte zoetwatergetijdenzone. Hier vinden we onder andere biezen, riet en wilgen. Ook de spindotterbloem met de opmerkelijke grote gele bloemen komt hier voor. De overstromingsdynamiek is een andere factor die de vegetatie stuurt. Op de lage schorren met een hoge overstromingsfrequentie vinden we pionierplanten. Op de hoge schorren groeit wilgenvloedbos als climaxvegetatie.

  

Beschermde gebieden natuur

 

Integraalwaterbeleid.be is een officiële website van de Vlaamse overheid

De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) is een overlegplatform van de diverse beleidsdomeinen en bestuursniveaus die bij het waterbeleid betrokken zijn. Ook waterbedrijven nemen deel aan het overleg. Deze samenwerking zorgt voor een gecoördineerde en geïntegreerde aanpak van het waterbeleid en waterbeheer in Vlaanderen.