Vlaanderen integraalwaterbeleid.be
Home > Nieuws > Okt. 2019 - Afspraken voor verbeterde integratie van machtiging in wateradvies

Okt. 2019 - Afspraken voor verbeterde integratie van machtiging in wateradvies

Voor werken aan onbevaarbare waterlopen die niet door de waterloopbeheerder zelf gebeuren, is een machtiging nodig. Gaat het om waterlopen in beheer van de VMM of de provincie, dan is de machtiging sinds 2012 geïntegreerd in het wateradvies bij de vergunningsaanvraag. Een gunstig advies betekent meteen ook dat de machtiging verleend is. Zo vermijdt de overheid een aparte machtigingsprocedure.

Op 24 juni 2019 gaf de CIW goedkeuring aan een evaluatie van deze procedure en stelde ze een bijgestelde aanpak voor. Op die manier wil ze een betere toepassing van de voorwaarden uit de machtiging garanderen.AFB_Integratie_machtiging_watertoetsadvies

Procedure onder de loep

De evaluatie legde volgende knelpunten bloot:

  • Initiatiefnemers onvoldoende geïnformeerd: De initiatiefnemer is te weinig op de hoogte van de voorwaarden die de waterbeheerder aan de machtiging koppelt, zeker wanneer de voorwaarden niet expliciet overgenomen zijn in de vergunning.
  • Te weinig aandacht voor bepalingen over onderhoud of beheer van kunstwerken: Bepalingen over het onderhoud of het beheer van kunstwerken staan niet in de vergunningsbeslissing, omdat ze niet stedenbouwkundig van aard zijn.
  • Precair karakter van de machtiging: Een machtiging heeft een precair karakter, d.w.z. dat de waterbeheerder deze te allen tijde kan intrekken om redenen van algemeen belang. De precaire gebruiksrechten op het openbaar domein zijn moeilijk verenigbaar met de omgevingsvergunning die eeuwigdurend is.

Procedure in Wet Onbevaarbare waterlopen aangepast

Met de wijziging van 6 april 2019 aan de wet op de onbevaarbare waterlopen zijn een deel van de knelpunten aangepakt. De wetgeving verduidelijkt nu dat het advies van de waterloopbeheerder alleen als gunstig kan beschouwd worden als de voorwaarden uit het advies ook expliciet in de vergunning opgelegd worden. Daarnaast staat het precair karakter van de machtiging nu duidelijk vermeld in de wetgeving.

Bijkomende pragmatische aanpak

In aanvulling op deze wijzigingen stemde de CIW op 24 juni 2019 in met volgende pragmatische aanpak.

De waterloopbeheerder:

  • maakt in het watertoetsadvies een duidelijk onderscheid tussen stedenbouwkundige aspecten (die kunnen opgelegd worden in de omgevingsvergunning) en andere (bv. voor het beheer en onderhoud van kunstwerken)
  • stuurt, minstens voor constructies met een grote impact, een aparte toelating met bepalingen voor het gebruik en het beheer van het domein van de waterloop naar de aanvrager.

De vergunningverlener:

  • neemt de stedenbouwkundige voorwaarden van de machtiging expliciet over in de vergunningsbeslissing
  • verwijst voor de niet-stedenbouwkundige voorwaarden van de machtiging in de vergunningsbeslissing naar het wateradvies. 
Integraalwaterbeleid.be is een officiële website van de Vlaamse overheid