Kenmerken van het IJzerbekken
Fysische en ruimtelijke kenmerken zoals het reliëf, de bodem(erosie), het bodemgebruik en de aanwezigheid van watergebonden natuur zijn bepalend voor (het beheer van) de watersystemen van het IJzerbekken.
Reliëf
'Tussen heuvels en zee'
Het noordelijk gelegen poldergebied vertoont een micro-reliëf van kreekruggen en lagergelegen poel- of komgronden (0 - 5 m TAW). De polderwaterlopen hebben weinig verval, zijn relatief ondiep en voeren het overtollige hemelwater gravitair af naar zee. Water kan alleen geloosd worden als het polderpeil hoger staat dan het zeepeil.
Naast de kustvlakte onderscheidt men binnen het IJzerbekken nog het Houtland met als micro-reliëf komvormige depressies met gebrekkige waterafvoer en het Plateau van Wijnendale (20 - 50 m TAW) met zwak golvend reliëf. Steilere hellingen worden gevormd door de waterscheiding tussen IJzer en Leie (2,5 - 60 m TAW), het plateau van Izenberge (15 - 20 m TAW) en de West-Vlaamse heuvels (30 - 156 m TAW).De relatief natuurlijke waterlopen die op deze hoogtes ontspringen, worden gevoed door neerslag en kennen in die perioden hogere stroomsnelheden. Aan de top zijn deze waterlopen ingesneden in het reliëf. Waar ze in vlakker terrein komen, vermindert de stroomsnelheid en zijn de waterlopen minder diep ingesneden. Er kunnen overstromingen voorkomen in de valleigebieden, vooral in de broeken van de IJzervallei en de Handzamevallei.
Bodem
'Vooral zandleem en klei'
Zandleem en licht zandleem zijn de meest voorkomende bodemsoorten in het zuidelijke en zuidoostelijke deel van het IJzerbekken (29% en 12%). De Zuid-West-Vlaamse getuigenheuvels worden gekenmerkt door het voorkomen van leembodems (1%).
In het oostelijk deel van het bekken, in het Houtland, komen lemige zandbodems (9%) samen met zandbodems (6%) verspreid voor.
De puur alluviale bodems van klei, zware klei en veen zijn vooral terug te vinden in het natte poldergebied (29%). Het Ringslot vormt een zandgordel rondom de Moeren. Tegen de kustlijn ligt een smalle zandige duinengordel.
Er komen heel wat natte tot zeer natte bodems voor in het bekken. De textuurklasse van de bodem geeft een richtwaarde voor het vermogen om vocht op te houden en de doorlatendheid van de bodem, wat een invloed heeft op infiltratie en erosiegevoeligheid.
De rest (12%) zijn afgegraven en opgehoogde gronden, bebouwde zones, overslaggronden,…
Bodemgebruik
'Landbouw en kusttoerisme'
De open ruimte in het IJzerbekken wordt vooral ingenomen door akkerbouw, tuinbouw en grasland (74%). De graslanden liggen vooral in de buurt van waterlopen, IJzer-vallei en Handzamevallei, en in komgronden in het poldergebied. De groententeelt concentreert zich vooral in het zuidoostelijk deel van het bekken.
Het IJzerbekken kent relatief weinig bebouwde of verharde oppervlakte (ca.7%). De bebouwing is sterk aanwezig in de kustzone en het oostelijk deel van het IJzerbekken. Grote stadskernen zijn Ieper, Poperinge, Diksmuide, Veurne, Nieuwpoort en Oostende. Verder komen verschillende kleine woonkernen voor en verspreide bebouwing. In de toeristische periodes kent de kustzone een aanzienlijke druk van uit toerisme door een grote vraag naar drinkwater en een grote productie van afvalwater.
Industrie (10%) komt vooral voor in de steden.
Slechts 2% van het bekken is bebost of te bebossen. Het Wijnendalebos, het militair domein en het bos van Houthulst vormen de grootste boscomplexen.
De sterke toename van verharde oppervlakte (o.a. in de duinengordel langs de kust, bijkomende bebouwing in het ganse bekken) en de omzetting van grasland in akkerbouw (o.a. groententeelt) vermindert in bepaalde gebieden de infiltratiecapaciteit en zorgt voor een versnelde afvoer van het water. In sommige intensieve landbouwgebieden daalt de grondwatertafel sterk door drainages en ontwatering via de polderwaterlopen waardoor de sponswerking van de bodem sterk afneemt.
Het bodemgebruik beïnvloedt het watersysteem zowel kwantitatief (neerslagoverschot, voeding van de diepere watervoerende pakketten, verdamping), als kwalitatief (productie van huishoudelijk en industrieel afwater, uitspoeling van meststoffen en pesticiden,…)
Watergebonden natuur-ecologie
'Vissen, vogels, bossen en graslanden'
In het IJzerbekken komen verschillende beschermde vissoorten voor zoals bittervoorn, kleine modderkruiper, bermpje, rivierprik en paling. De IJzer en verschillende polderwaterlopen zijn een belangrijk intrekgebied voor glasaal.
Waterrijke gebieden en terrestrische gebieden afhankelijk van het watersysteem komen voornamelijk voor in de IJzer- en Handzamevallei, verspreid in het poldergebied en in de West-Vlaamse heuvelzone. Het zijn vooral vijvers (Blankaart, Dikkebus, Zillebeke), moerassen en soortenrijke graslanden met halfnatuurlijke relicten.
De IJzer- en Handzamevallei is één van de belangrijkste doortrek- en overwinterings-gebieden voor vogels in Vlaanderen. Daarnaast zijn de IJzer- en Handzamebroeken ook van belang voor broedvogels.

