Kenmerken van het Maasbekken
Fysische en ruimtelijke kenmerken zoals het reliëf, de bodem(erosie), het bodemgebruik en de aanwezigheid van watergebonden natuur zijn bepalend voor (het beheer van) de watersystemen van het Maasbekken.
Reliëf
Het Antwerpse deel van het Maasbekken heeft een vlak uitzicht. Het voornaamste reliëf bestaat er uit microcuestas, die oostwest lopen en gevormd zijn onder invloed van de Klei van de Kempen.
Het Limburgs Maasbekken heeft meer reliëf. De belangrijkste reliëfkenmerken zijn het Kempisch Plateau, de Maasvallei en de hoger gelegen leemgronden ten zuiden van het Albertkanaal en Voeren.
'Van mijnverzakkingen tot steile hellingen'
De hoogte van het Kempisch Plateau varieert van 50 mTAW in het noordwesten (Lommel) tot 100 mTAW in het zuidoosten (Lanaken). Dit gebied wordt gekenmerkt door drie mijnverzakkingsgebieden (Eisden, Meeswijk en Leut). Het maaiveld daalde hier tot beneden het grondwaterniveau en de waterafvoer van enkele beken werd sterk gewijzigd.
In de vallei daalt de Gemeenschappelijke Maas van 45mTAW tot 30mTAW in Maaseik.
Ten zuiden van het Albertkanaal zijn de steilste hellingen, tot 7% helling. In combinatie met de lemige bodem, is er een hoog risico op modderstromen en erosie. Hevige neerslagbuien kunnen er zorgen voor wateroverlast en modderstromen.
Bodem
Zandbodems (35%) en lemige zandbodems (31%) zijn de meest voorkomende bodemtypes in het Maasbekken. Ze komen voor in het Antwerpse Maasbekken, in het Noorden van Limburg en op het Kempisch Plateau. Het Kempisch Plateau is een belangrijk infiltratiegebied.
De alluviale Maasvallei bestaat hoofdzakelijk uit zandleembodems en grindlagen. De Maas is de enige, grote rivier met een grindbedding. Enkele kleinere zijrivieren hebben lokaal ook een grindbedding.
'Unieke grindrivier in de Benelux’
Ten zuiden van het Albertkanaal en in de Voerstreek (de lager gelegen gedeelten) domineren leembodems. In de hoger gelegen gedeelten van de Voerstreek zijn dat stenige grindbodems. Hier is diepe infiltratie moeilijker.
In het Antwerpse deel van het Maasbekken en in het noorden van Limburg komt een ondiepe tot zeer ondiepe grondwaterstand voor. Dit met uitzondering van de hoger gelegen zandgronden en oude landduinen. Een diepe tot zeer diepe grondwaterstand is typerend voor de leemgronden in Zuid-Limburg en Voeren en voor de hoger gelegen zandgronden op het Kempisch plateau. Opvallend zijn de grondwaterstanden in de alluviale Maasvallei. Die schommelen sterk onder invloed van het Maaspeil en de doorlatende grindlagen.
Bodemgebruik
Akkerbouw, grasland en bossen typeren de open ruimte in het Maasbekken. Samen met de bebouwde of verharde oppervlakte maken ze meer dan 90% van het Maasbekken uit.
Meer dan de helft van de oppervlakte (51%) van het bekken is in landbouwgebruik. Het aandeel woongebied is kleiner (9.6%) dan het aandeel voor bedrijven (11.8%). De verstelijking en verharding is in stijgende lijn; deels door toename van industrie, woningbouw en expansie van glastuinbouw en (mega)stallen. Dit zorgt voor verminderde infiltratie en versnelde waterafvoer.
'Akkers, grasland en bossen'
Akkerbouw is dominant ten zuiden van het Albertkanaal, in Noordoost-Limburg en in de gebieden van de Mark en Weerijs. Grote boscomplexen (17%) komen voor aan de oostrand van het Kempisch Plateau en in Noord-Limburg. Grasland (weiland) is kenmerkend voor Voeren en voor het noorden van Limburg. Het Maasbekken kent een beperkte maar stijgende verstedelijkingsgraad (van 18% naar 21.5%). Bebouwde oppervlakte komt verspreid voor, onder meer langs de Kempense kanalen, rond Tongeren, Hoogstraten en de as Essen-Kalmthout. Verharde oppervlakte neemt echter overal toe, door woningbouw, toename in industrie en in het Antwerpse deel van het Maasbekken ook door de expansie van de glastuinbouw en stallen. Dit zorgt voor een verminderde infiltratiecapaciteit en versnelde waterafvoer.
De bevolkingsdichtheid in het Maasbekken bedraagt 309 inwoners per km². Daarmee is het Maasbekken het minst bevolkte bekken in Vlaanderen, na het Ijzerbekken. Toch stijgt ook hier de bevolkingsdichtheid van 272 naar 309 inwoners per km².
Watergebonden natuur-ecologie
'Talrijke waardevolle valleisystemen"'
Het Maasbekken heeft heel wat watergebonden natuurgebieden. Deze ‘natte natuur’ is waardevol omwille van de rijke flora en fauna, en omwille van hun functie voor de mens zoals waterberging, klimaatbuffer, recreatie, ...
Waardevolle natuurgebieden in het Limburgse Maasbekken zijn o.a. de uiterwaarden van de Maas, de valleien van de Aabeek, de Lossing, de Bosbeek, de Warmbeek en de Voer. In het Antwerpse Maasbekken zijn er het Groot en het Klein Schietveld bij de Weerijsebeek en de valleien van de Mark en het Merkske. Ook de heidegebieden zijn ecologisch waardevol, waaronder het Grenspark KAlmthoutse Heide en de Mechelse Heide.
