Kenmerken van het bekken van de Gentse Kanalen
Fysische en ruimtelijke kenmerken zoals het reliëf, de bodem(erosie), het bodemgebruik en de aanwezigheid van watergebonden natuur zijn bepalend voor (het beheer van) de watersystemen van het bekken van de Gentse Kanalen.
Reliëf
'De Vlaamse Vallei'
Het reliëf van het bekken van de Gentse Kanalen is vrij vlak. De cuesta van Zomergem-Oedelem, het licht zandleemgebied in het westen (plateau van Tielt) en het uiterste oosten (Wase cuesta) zijn de hoger gelegen randgebieden in het bekken. Hier hebben de waterlopenstelsels een hoger verval en een vrij natuurlijk waterlopenpatroon. De afwatering gebeurt er gravitair.
Tussen deze hoger gelegen randzones ligt de Vlaamse Vallei: één grote vlakte waarin de beekvalleien zich nauwelijks aftekenen in het landschap. Een west-oost gerichte dekzandrug van Maldegem tot Stekene doorsnijdt dit vlakke gebied. De zuidelijke helling van deze zandrug is op sommige plaatsen duidelijk zichtbaar in het landschap. Ten zuiden van de zandrug liggen de Moervaart en Zuidlede.
Bodem
'Vooral zand en zandleem'
Vochtige zandbodems zijn het meest voorkomend in het bekken van de Gentse Kanalen en nemen ongeveer 40% in van de totale oppervlakte van het bekken. Deze bodems situeren zich vooral in de Vlaamse Vallei. Drogere zandbodems zijn voornamelijk terug te vinden op de dekzandrug. Naast deze zandige bodems zijn zandleembodems het meest aanwezig in het afstroomgebied van de Poekebeek. Kleibodems vind je terug in het noordelijk poldergebied en in de valleien van de waterlopen verspreid over het bekken.
De veen- en mergelgronden die men in de Moervaartdepressie en enkele kleinere valleien ten zuiden van de dekzandrug terugvindt, wijzen op de bijzondere bodemkundige rijkdom van deze gebieden.
De textuurklasse (klei, leem, zand, …) van de bodem geeft een richtwaarde voor het vochtophoudend vermogen en doorlaatbaarheid van de bodem, wat een invloed heeft op de infiltratiecapaciteit en erosiegevoeligheid.
Bodemgebruik
'Landbouw, wonen en werken'
Akkerland en grasland nemen iets meer dan de helft in van de oppervlakte van het bekken van de Gentse Kanalen (57 %). De meeste uitgestrekte gebieden met akkerland bevinden zich in het stroomgebied van de Poekebeek en de noordelijke polderstreek. Graslanden zijn kenmerkend voor de nattere gronden langs de waterlopen.
Het bekken van de Gentse Kanalen kent een vrij grote verstedelijkingsgraad (ca. 27%) en een relatief hoge verhardingsgraad. Bebouwing concentreert zich in de verstedelijkte gebieden van Gent en de Gentse Kanaalzone, Lokeren en Sint-Niklaas. Verder is de bebouwing binnen de Vlaamse Vallei geconcentreerd in woonkernen en langs de verbindingswegen tussen deze woonkernen
De grootste natuur- en of bosgebieden zijn te vinden in het noordelijk krekengebied (het Meetjeslands Krekengebied), de Moervaart-Zuidlededepressie, langsheen de dekzandrug Maldegem-Stekene en in de valleigebieden van onder meer de Poekebeek, Wantebeek, Zeverenbeek, Meirebeek en de Burggravenstroom. Het gros van de industriële activiteit is gelegen langsheen het kanaal Gent-Terneuzen en bij de grootste woonkernen.
De sterke toename van verharde oppervlakte hypothekeert in bepaalde gebieden de infiltratiecapaciteit en zorgt voor een versnelde afvoer van het water.
Watergebonden natuur-ecologie
'Vissen, vogels, bossen en graslanden'
De talrijke waterrijke gebieden in het bekken van de Gentse Kanalen vormen het leefgebied van heel wat zeldzame en beschermde dier- en plantensoorten. Iconische vogelsoorten zoals de bruine kiekendief, het blauwborstje en de ijsvogel en zeldzame vleermuissoorten als de water- en meervleermuis vinden hier nog hun thuis. Ook minder opvallende soorten zoals zeggekorfslak, waterspitsmuis en bittervoorn komen nog voor in het bekken van de Gentse Kanalen.
Waterrijke gebieden en terrestrische gebieden afhankelijk van het watersysteem komen voornamelijk voor in het krekengebied en de Moervaart-Zuidlededepressie. Naast deze grote natuurkernen, zijn er verspreid over het bekken nog verschillende kleinere valleigebieden rijk aan natuur, bv. de vallei van de Wantebeek en de Zeverenbeek.

