Kenmerken van het Demerbekken
Fysische en ruimtelijke kenmerken zoals het reliëf, de bodem(erosie), het bodemgebruik en de aanwezigheid van watergebonden natuur zijn bepalend voor (het beheer van) de watersystemen van het bekken.
Reliëf
'Alle water stroomt naar de Demerdelta'
Vier geografische regio’s zijn bepalend voor het watersysteem in het Demerbekken. Ten noorden van de Demer vinden we het typisch plassenlandschap in de zandbodems aan de rand van het Kempisch plateau. Verder zuidwaarts komen we in de zandleemgebieden van het glooiende Hageland en het vlakkere Vochtig Haspengouw. Nog verder zuidwaarts ligt in het leemgebied het sterk versneden landschap van Droog Haspengouw. De hoger gelegen, reliëfrijke zuidelijke gordel van het Demerbekken is erg erosiegevoelig.
De waterlopen uit die vier regio's komen samen in de overstromingsgevoelige laagte van de Demerdelta (Schulensbroek en Webbekomsbroek), vanwaaruit de Demer zich westwaarts richting Dijle begeeft.
Bodem
'Een bekken van zand én leem'
Het gebied ten noorden van de Demer (o.m. het Kempens plateau) wordt gekarakteriseerd door zandbodems. Ten zuiden van de Demer vinden we zandleembodems (Hageland en Vochtig Haspengouw) en nog verder zuidwaarts leembodems (Droog Haspengouw).
Natte bodems vinden we oa. in het kwelrijke vochtig Haspengouw, in het vijvergebied van de Wijers, in de Demerdelta en in beekvalleien als die van de Zwarte Beek, de Winterbeek en de benedenloop van de Demer
De textuurklasse van de bodem geeft een richtwaarde voor het vochtophoudend vermogen en de verzadigde hydraulische conductiviteit van de bodem, hetgeen een impact heeft naar infiltratie en erosiegevoeligheid.
Bodemgebruik
De open ruimte in het Demerbekken wordt voornamelijk ingenomen door landbouw (46,7%). Akkers en boomgaarden liggen in hoofdzaak in het zuidelijk deel van het bekken (Hageland en Haspengouw) omwille van de vruchtbare leemgronden. In vergelijking met de rest van Vlaanderen nemen de fruitboomgaarden een groot aandeel van de landbouwoppervlakte in beslag (13%).
Weiland komt vooral voor op de nattere gronden in de valleien van de waterlopen.
Het Demerbekken kent een kleine verstedelijkingsgraad en daarmee gepaard een relatief lage graad van verharding, 12,6% van de totale oppervlakte is woongebied en 11,6% is in gebruik door bedrijven. De verstedelijking concentreert zich in de agglomeraties van Hasselt, Aarschot, Diest, Tienen, Sint-Truiden, Beringen, Houthalen, Genk en langsheen de (auto)wegen en kanalen. In het noordelijk gedeelte van het bekken komt veel lintbebouwing en verspreide bebouwing voor. De toename van verharde oppervlakte hypothekeert in bepaalde gebieden de infiltratiecapaciteit en zorgt voor een versnelde afvoer.
Het noordelijk deel van het bekken is meer bebost. Op het Kempens Plateau (oostelijk deel van het bekken) komen verschillende grote aaneengesloten bosgebieden en heidegebieden voor.
Belangrijke waterplassen zijn terug te vinden in het oosten van het bekken, met o.m. ‘De Wijers’, de Paalse plas en het Schulensmeer. Maar ook het grootste natuurlijke binnenmeer van Vlaanderen, het 'Vinne' situeert zich in het Demerbekken.
Watergebonden natuur-ecologie
Het Demerbekken is bijzonder rijk aan natuurgebieden. Veel van die natuurgebieden zijn watergebonden en liggen in valleigebied en gebieden met een sterke kweldruk.
Erg bijzonder zijn de vallei van de Zwarte Beek, vanuit West-Europees perspectief één van de meest ongeschonden beekvalleien, en de plasrijke gebieden ‘De Wijers’ en ‘De Maten’. Ook de Mombeekvallei, de benedenlopen van de Herk waar aan kalkrijke kwel gelinkte vegetaties voorkomen, de bovenlopen van de Velpe, Winge en Motte zijn erg waardevol. Naast de waardevolle veengebieden in de valleien valt ook het voorkomen van Europees beschermde vissoorten te vermelden: de grote modderkruiper in de Demerdelta, de beekprik in het gebied van Munsterbeek en Zwarte beek en de rivierdonderpad in de zuidelijke zijlopen van Kleine Gete en Dormaalbeek.
