Landbouw

Landbouw neemt nog steeds een belangrijke plaats in binnen het Denderbekken.
De totale oppervlakte gebruikt voor land- en tuinbouwdoeleinden bedraagt 365 km² (51% van de bekkenoppervlakte). Hiermee behoort het Denderbekken tot het gemiddelde van de bekkens.
Akkerbouw komt vooral voor in het zuiden van het bekken, waar de meer vruchtbare leemgronden te vinden zijn. In het noorden van het bekken vinden we een iets groter aandeel weiland terug.
Samen met het Bovenscheldebekken en het Dijle-Zennebekken bevindt het Denderbekken zich in de staart wat betreft het aantal landbouwbedrijven per bekken in Vlaanderen. Dit heeft uiteraard ook te maken met het feit dat het Denderbekken een klein bekken is. Ongeveer de helft van de landbouwbedrijven zijn bedrijven met graasdieren. Ook de akker- en tuinbouwbedrijven maken met ca. 35% een belangrijk deel uit van de landbouwsector in het Denderbekken.
Het Denderbekken heeft op het Dijlebekken na de kleinste veebezetting in Vlaanderen. Op basis van gegevens van 2023 telt het bekken ongeveer 50.000 grootvee-eenheden (GVE). De runderen (87%) maken hier het grootste deel van uit. (Recente gegevens kan u hier raadplegen).
De sector landbouw draagt in grote mate bij aan de hoge belasting met nutriënten (stikstof en fosfor) en pesticiden in de waterlopen. Enerzijds door diffuse afspoeling en (historische) uitloging van landbouwpercelen. Door erosie komen samen met de vruchtbare grond ook nutriënten en pesticiden in onder meer de Moenebroekbeek, Ophasseltbeek, Larebeek, Wijze Beek en Beverbeek terecht. Anderzijds veroorzaken puntlozingen van mest- en erfsappen en pesticiden een verontreiniging in onder meer de Keurebeek, Molenbeek-Wolfputbeek en Beverbeek.
In de valleigebieden van onder meer de Dender, Mark en Bellebeek en op andere laaggelegen gronden komen vooral weilanden voor. Dit zijn ook vaak de gebieden die jaarlijks in de winter overstromen.
Water is de belangrijkste grondstof voor de teelt van gewassen of voor de veeteelt. De sector landbouw is een grote verbruiker van water in het bekken. In lange droge perioden is de vraag naar water echter groter dan het aanbod.


