Kenmerken van het Netebekken
Fysische en ruimtelijke kenmerken zoals het reliëf, de bodem(erosie), het bodemgebruik en de aanwezigheid van watergebonden natuur zijn bepalend voor (het beheer van) de watersystemen van het Netebekken.
Reliëf
Het reliëf van het Netebekken is vrij homogeen: de hoogte varieert van 0 tot +70 m TAW, maar het overgrote deel van het bekken situeert zich tussen 0 en 35 m TAW. Enkel het uiterste oosten van het bekken, op de grens met het Maasbekken, is hoger gelegen (Kempisch Plateau).
Door de beperkte variatie in het reliëf bestaat het Netebekken voornamelijk uit typische laaglandbeken, d.w.z. van nature ondiep ingesneden waterlopen met een klein verval en een geringe stroomsnelheid. Hierdoor hebben de waterlopen van nature al vanaf de bovenloop een min of meer meanderend verloop.
Bodem
'Moet er nog zand zijn?'
Het Netebekken ligt grotendeels in de zandstreek. Zandbodems nemen dan ook het grootste aandeel van de totale oppervlakte in (65%). Een typische bodem is de Kempische podzolbodem.
Het (zuid)westen van het Netebekken ligt in de zandleemstreek. Daar komen voornamelijk zandleembodems voor (14% van het bekken).
In beperkte mate vinden we ook landduinen (4%), klei-en leemgronden (1,5%) en veen (1%) terug. De rest zijn afgegraven en opgehoogde gronden, bebouwde zones, overslaggronden, militair domein…
Ruim 70% van de bodems zijn gekenmerkt als vochtig of nat. De textuurklasse van de bodem geeft een richtwaarde voor het vochtophoudend vermogen en de doorlatendheid van de bodem, wat een invloed heeft op infiltratie en erosiegevoeligheid.
De nog resterende veenbodems in de valleien zijn een belangrijk aandachtspunt. Verdroging zorgt voor afbraak van het veen en de vrijgave van CO2. Veenbodems komen voornamelijk voor waar de valleien van nature breed zijn/verbreden. Belangrijke kernen (niet limitatief) zijn o.a. de Grote Caliebeek, het Geels gebroekt (met nog overgebleven kernen ter hoogte van de Zegge en het Olens Broek), samenvloeiing van Nete en Aa (Schupleer), De Most, het Scheps,…
Bodemgebruik
'Open ruimte met lintbebouwing'
Bijna driekwart van de open ruimte in het Netebekken wordt ingenomen door weiland en grasland, bos, en akker- en tuinbouw. Elk nemen ze ongeveer een kwart voor hun rekening.
Weiland en grasland komen verspreid over het gehele bekken voor. Ook akkerbouw komt verspreid voor, maar in de valleien is het aandeel wel kleiner dan elders. De grote boscomplexen vinden we vooral op het Kempens Plateau, in Arendonk en op de heuvelrug tussen Herentals en Kasterlee.
De bebouwing (verharde oppervlakte) is de laatste decennia in sterke mate toegenomen. Door die toename is de verstedelijkingsgraad opgelopen tot 28%. Deze verstedelijking is merkbaar in de vorm van geconcentreerde bebouwing in en rondom de steden (Lier, Herentals, Turnhout, Geel) en een opvallend verspreide bebouwing met lintkarakter langs de verkeersroutes die de steden en gemeenten verbinden.
In het verleden was het watersysteem een sterk bepalende factor voor het bodemgebruik in een gebied: valleigronden werden in gebruik genomen als hooiland terwijl de drogere percelen in aanmerking kwamen voor landbouw of huisvesting. De laatste decennia is hierin veel verandering gekomen: grote delen van valleigebieden zijn ingericht voor bewoning, infrastructuur, industrie, landbouw… . Dit heeft de afstroming en het bergend vermogen van de valleien ingrijpend beïnvloed.
Watergebonden natuur-ecologie
''Vissen, vogels, bossen en graslanden'
Het Netebekken is bijzonder rijk aan ecologisch waardevolle gebieden. Veel van die gebieden zijn watergebonden.
Waterrijke natuurgebieden zijn in de vallei van de Kleine Nete te vinden tussen Viersel en Lier, aan de monding van de Aa, in het Olens Broek, in het natuurreservaat De Zegge en langs het meest stroomopwaartse deel in Retie (incl. rond Zwarte en Desselse Nete).
Langs de Grote Nete ligt een uitgestrekt natuurgebied vanaf het Zammels Broek in Geel tot in Hechtel-Eksel.
Ook de bovenlopen van de Molenbeek-Bollaak en de Aa zijn ecologisch waardevol.
Andere bijzondere watergebonden natuur komt voor in het Turnhouts vennengebied in het noorden van het bekken, en in het militair domein van Beverlo in het uiterste oosten van het bekken.
