Landbouw

Binnen het Netebekken zijn landbouwactiviteiten matig vertegenwoordigd. De sector komt verspreid voor in het bekken.
Het landbouwgebruiksareaal bedraagt ca 617 km² of 37% van de totale bekkenoppervlakte. Hiermee behoort het Netebekken tot de bekkens waar landbouw in mindere mate aanwezig is. Enkel het Benedenscheldebekken en het Dijle-Zennebekken kennen een nog lager percentage landbouwgebruiksareaal. Opvallend is wel dat de veeteeltbedrijven (graasdieren) bijna de helft van het totaal aantal landbouwbedrijven uitmaken in het Netebekken.
In functie van de zeer aanwezige veeteelt in het Netebekken is iets minder dan de helft (43%) van het landbouwareaal in gebruik als wei- en grasland, en bijna een derde voor de teelt van mais.

De glastuinbouw en vollegrondsgroenteteelt komen vooral in het zuidwestelijke deel van het bekken (regio Sint-Katelijne-Waver tot Ranst) voor.
De sector landbouw draagt in aanzienlijke mate bij aan de hoge belasting van de waterlopen met nutriënten (stikstof en fosfor) en pesticiden. Enerzijds door diffuse afspoeling en (historische) uitloging van landbouwpercelen. Anderzijds veroorzaken ook puntlozingen van mest, erfsappen en pesticiden verontreiniging.
Water is de belangrijkste grondstof voor de teelt van gewassen of voor de veeteelt. De sector landbouw is dus een grote verbruiker van water in het bekken. In lange droge perioden is de vraag naar water echter groter dan het aanbod.


